Kleurrijke stad van de brede glimlach
Rebke Klokke
Wat maakt een stad tot de stad die zij is? Wat valt op als je aankomt op een nieuwe plek en welke gedachten gaan door je hoofd als je ’s avonds voldaan onder je klamboe kruipt? Waardoor komt het toch dat ik me hier zo heerlijk op m’n plek voel? Kort nadat ik ruim drie jaar geleden aankwam in Kampala sprak ik met een vriendin over deze vragen. Het gesprek legde de basis voor een zoektocht naar de antwoorden, die me in de loop van drie jaar door heel Kampala heeft gevoerd.
Kampala is de hoofdstad van het Oost-Afrikaanse Oeganda, volgens Winston Churchill de parel van Afrika. Er wordt gezegd, zoals van zoveel steden, dat de stad is gebouwd op zeven heuvels, maar inmiddels heeft zij zich naar alle kanten uitgebreid. In 2002 werden nog 1,2 miljoen inwoners geteld maar dat zijn er inmiddels veel meer. Deze levendige Afrikaanse stad ligt net ten noorden van de evenaar aan het immense Lake Victoria op 1190 meter hoogte en is daardoor gezegend met een aangenaam tropisch klimaat. De twee regenseizoenen, van maart tot mei en van september tot december, zijn tegenwoordig wat minder betrouwbaar dan voorheen. De dagen duren nog steeds het hele jaar door even lang en de avondschemer is even kortstondig als het ochtendgloren. Maar wat maakt deze stad, wat is typisch Kampala?
Het leven in Kampala speelt zich buiten af. Het straatbeeld wordt bepaald door een enorme bedrijvigheid. Het zoemt. Overal lopen mensen, kinderen en verkopers en het wemelt van de kleine winkeltjes. Op de gekste plekken staat iemand zijn of haar handeltje te drijven. Je loopt de hele tijd mensen tegen het lijf die van alles op hun hoofd vervoeren, overal wordt gesleept met gele jerrycans om huizen en winkels van water te voorzien. Honderden tweedehands schoenen schurken tegen elkaar aan langs een zandweg in de hoop verkocht te worden. Op de hoek van de straat in Wandegeya zit een vrouw op een kleed. Uitgerust met een schaar, een vijl en een assortiment nagellak exploiteert zij een manicure studio. Zodra je stil staat in de file bij een rotonde op Kampala Road komen vanuit het niets de krantenjongens je tegemoet. In het dal aan de voet van Mbuya Hill loopt een riviertje en dus heb je dáár de autowasstraat. Ook bakstenen haal je in het dal, want daar is klei afgezet en zijn enkele ovens gebouwd om bakstenen in af te bakken. Als je een verlaten container hebt gescoord en je schildert er in willekeurige typografie CocaCola op, dan heb je ineens een bar! Van conservenblikjes kun je weer kerosinelampjes maken en met oud ijzer is van alles aan te vangen. Met grote inzet en vindingrijkheid wordt de dagelijkse boterham bij elkaar verdiend.
Wil je verder lezen?
Dat kan door dit nummer te bestellen. Maak 7,00 euro per editie die je bestelt over op bankrekening 53.44.58.602 Vermeld duidelijk je naam en adres en het nummer van de gewenste uitgave, bijvoorbeeld 03.2 etc. De tijdschriften worden na ontvangst van de betaling automatisch naar je toe gestuurd, dit kan enkele weken duren.







