De Nama's, bewoners van één van de rijkste gebieden op aarde
Emile Naus
Wat er precies gebeurde die dag zal waarschijnlijk nooit meer helemaal boven water komen. Als er nog mensen in leven zijn die het meegemaakt hebben, zullen de lijnen die het heden met het verleden verbinden immers ongetwijfeld vervaagd zijn. Volgende generaties hebben het slechts van horen zeggen en de enige materiële getuige van het voorval, een inmiddels volledig tot roest gereduceerde Hudson Terraplane, vertelt slechts een deel van het verhaal. De diamantroof bij Aus uit de jaren dertig van de vorige eeuw is daarom vandaag de dag weinig meer dan een legende, maar wel één die innig verweven is met de ontwikkeling die het gebied doormaakte vanaf het moment dat Zacharias Lewala in april 1908 een diamant vond langs de spoorweg tussen Aus en Lüderitz.
Het zuiden van Namibië, ten tijde van de diamantroof een mandaatgebied onder administratieve leiding van Zuid-Afrika, zou nooit meer hetzelfde zijn. Met alle consequenties van dien, onder andere voor de lokale Nama bevolking.Om te begrijpen welke factoren uiteindelijk geleid hebben tot de vondst van Zacharias Lewala, moeten we niet alleen ver terug gaan in de tijd, maar ook naar een andere plek. De meeste diamanten die in het gebied rond Aus gevonden worden, langs de kust en aan de oevers van de Oranjerivier, komen namelijk oorspronkelijk niet uit Namibië, maar uit Zuid-Afrika. Het gaat hier om zogenaamde alluviale diamanten, diamanten die op natuurlijke wijze via erosie van hun oorspronkelijke plek los zijn gekomen en door bijvoorbeeld een rivier op een andere plek zijn afgezet.
Diamanten komen maar op weinig plekken voor, aangezien er zeer speciale condities nodig zijn waaronder ze gevormd kunnen worden. Koolstofhoudend materiaal moet onder hoge druk komen te staan, om precies te zijn tussen 45 en 60 kilobar, bij een relatief lage temperatuur (tussen 900 en 1300˚C). Deze omstandigheden zijn alleen in de lithosfeer te vinden, onder het oppervlak van relatief stabiele continentale platen, en bij een meteorietinslag. Als we deze laatste vorm even buiten beschouwing laten, wordt diamant dus op grote diepte gevormd. Gemiddeld gesproken vind kristallisatie plaats tussen 140 en 190 kilometer diep in de aarde, alhoewel op plekken ook dieptes tussen 300 en 400 kilometer zijn waargenomen.
Wil je verder lezen?
Dat kan door dit nummer te bestellen. Maak 7,00 euro per editie die je besteld over op bankrekening 53.44.58.602 Vermeld duidelijk uw naam en adres en het nummer van de gewenste uitgave, bijvoorbeeld 03.2 etc. De tijdschriften worden na ontvangst van de betaling automatisch naar u toe gestuurd.







