Op safari in Kruger
Emile Naus
Een safari in Kruger kan twee volslagen verschillende ervaringen opleveren. Aan de ene kant zijn grote delen van het park een oase van rust, waarin je dagen kunt lopen zonder andere mensen tegen te komen. De ontmoetingen met dieren op dit soort safari’s zijn bijna privé-ervaringen, die je hooguit met een handjevol tochtgenoten deelt. Aan de andere kant kan het zomaar zijn dat je safari begint met file, veroorzaakt door het feit dat er ergens, twintig auto’s voor je, een leeuw op het asfalt ligt. Wachten op je beurt is dan de enige optie, en aangezien je dus duidelijk niet de enige bent die zo vroeg op pad is om wild te kijken is de kans groot dat dit circus zich bij de volgende leeuw zal herhalen. Kruger, Zuid-Afrika’s belangrijkste en meest gevierde park zit vol tegenstellingen: aan de ene kant kun je hier het beste ervaren van wat safari’s in Afrika te bieden hebben, maar aan de andere vind je hier massatoerisme in z’n ergste vorm. De meningen over Kruger zijn dan ook sterk verdeeld.
Ondanks dat Kruger over het algemeen beschouwd wordt als één van de beste Afrikaanse wildparken en in één adem wordt genoemd met bijvoorbeeld de Serengeti of Chobe, doen de puristen het park vaak af als té ontwikkeld en té gereguleerd. Het ‘echte’ Afrika, waarbij onder ‘echt’ dan vooral wild, rustig en onaangetast wordt verstaan, is volgens hen elders te vinden, in gebieden als de Okavango Delta in Botswana en de Luangwa vallei in Zambia.
Op zich hebben ze daar een punt. Kruger is immers met meer dan 1 miljoen bezoekers per jaar met afstand het meest bezochte park van Afrika. Er zijn 25 grote ‘restcamps’ in het park en er is 2 300 kilometer weg aangelegd waarvan 850 kilometer geasfalteerd. De grootste camps zoals bijvoorbeeld Skukuza, zijn eerder kleine dorpen, met winkels, restaurants, filmvoorstellingen, tankstations en conferentiezalen. De rust van de wildernis is hier vaak ver te zoeken, en het niet bepaald esthetische beton en asfalt in de kampen lijkt te zijn aangelegd als rechtstreekse belediging voor de puristen. Ondanks dat is enige nuance hier toch wel op zijn plaats. Kruger is gigantisch groot, zo’n 20 000 vierkante kilometer (plus nog eens 3 000 vierkante kilometer als je de privé consessies meetelt). Ter vergelijking, dat is meer dan half Nederland. En wat betreft de 1 miljoen bezoekers, een gemiddelde Europese stad ontvangt jaarlijks een veelvoud daarvan. Daarbij hanteert het parkmanagement een bezoekersmaximum van 4 000 bezoekers per dag dat strikt wordt nageleefd. Met andere woorden, Kruger mag dan volgens Afrikaanse begrippen heel druk zijn, het is nog steeds een heel groot en overwegend leeg (wat betreft mensen dan) park. Vanaf de hoofdwegen tussen de grote kampen vertrekken kleinere wegen die je naar stukken van het park brengen waar ruimte en rust een stuk vanzelfsprekender zijn. En voorbij die wegen, nog verder het park in liggen stukken ongerepte natuur die nog geen enkele toerist ooit gezien heeft.
Wil je het hele artikel lezen? Koop dan ons blad bij de kiosk!







