Tarangire
Rudolf Mulderij
In de regentijd ligt Tarangire er relatief verlaten bij. Helemaal leeg is het nooit, maar gedurende deze natte maanden vertoeft het meeste wild el-ders. De grazers genieten buiten het park van het verse gras. Als de regens niet meer vallen en de steppes uitdrogen, trekken de dieren weer naar de Tarangire; een rivier die niet droogvalt en de levensader vormt van het Tarangire ecosysteem en het Tarangire National Park.
Het wildpark lig op de oevers van de Tarangire rivier op ruim honderd kilometer ten zuidoosten van Arusha. De rivier stroomt van het Burungimeer, net buiten de noordoostelijke parkgrens, naar de zuidelijker in het park gelegen moerassen. Toen men in 1970 het belang van dit gebied in het ecosysteem zag, werd het een nationaal park. Minder bekend dan de Serengeti en Ngorongoro ontvangt Tarangire NP ook minder bezoekers. De meeste reizigers maken een dagtocht door het park, waarna ze verder trekken naar de bekendere parken. Voor het wild is dat echter geen reden om Tarangire te mijden. Integendeel; de altijd stromende rivier trekt in de droge maanden, pakweg juli tot november, juist wild aan. Vanuit het hele Tarangire ecosysteem, ongeveer 20 500 km2, trekken gnoes, antilopen, olifanten, buffels en ander wild naar het 2 850 km² tellende park. In deze maanden is alleen de wildpopulatie in de Ngorongoro krater groter.
Bijzonder dierenrijk
De bekende safaridieren, zoals leeuwen, luipaarden, zebra’s, buffels en antilopen, zijn in het park te vinden. Maar er leeft ook een aantal dieren dat niet, of in veel kleinere aantallen, in de andere noordelijke parken van Tanzania te vinden is. De gerenuk, of giraffegazelle, is een van die onbekende dieren. Deze gazelle is gemakkelijk te herkennen aan de dunne poten en de lange nek. De kop is in verhouding tot de rest van het lichaam klein. De ogen en oren daarentegen zijn juist groot, wat het dier een komisch voorkomen geeft. De mannelijke giraffegazellen dragen twee hoorns op hun kop. In tegenstelling tot de grazende gazellen eet de gerenuk bladeren. Staand op de achterpoten en dankzij de lange nek kunnen deze dieren ook van de hogere struiken eten. Giraffegazellen hebben geen water nodig in hun leefgebied, hun voedsel bevat voldoende sappen om niet uit te drogen. Doordat ze minder afhankelijk zijn van de regens kunnen deze gazelles het hele jaar door jongen krijgen. In het park zijn deze dieren met name rond de Mkungero Pools te zien.
In hetzelfde droge gebied waar de gerenuks leven, komt ook de Oost-Afrikaanse spiesbok voor. Dit dier, lid van de oryxen familie, onderscheidt zich van zijn familiegenoten door de zwarte tekening rond de ogen en de vorm van de oren. Deze oryxen leven in gemengde kuddes in droge gebieden en kunnen lange tijd zonder water. In de droge maanden is het park ook het toevluchtsoord voor olifanten. Tijdens een safaritrip is het mogelijk dat je honderden van deze dikhuiden ziet. Met hun slagtanden wroeten de olifanten in de grond opzoek naar ondergrondse waterstromen.
Ook het bekendere safariwild voelt zich thuis rond de rivier. Voor de planteneters, zoals giraffen, gnoes, zebra’s en antilopen, biedt het park genoeg voedsel. Het grote aantal grazende prooidieren maakt het ook voor de vleeseters makkelijker om eten te vinden. Niet al de dieren trekken weg uit het park tijdens de regenperiode. Onder andere giraffen, impala’s en koedoes verblijven het hele jaar in Tarangire.
Naast de grote aantallen viervoeters huisvest het park ook ongeveer vijfhonderd vogelsoorten. Aan deze vele vogelsoorten dankt Tarangire haar reputatie als beste park voor vogelaars in het noorden. Twee van deze in het park levende vogelsoorten zijn recordhouders. De zwaarste vogel die kan vliegen is de grote trap. Deze vogel leeft in de drogere gebieden. De andere recordhouder is de struisvogel; de grootste van alle vogels.
Lees het volledige artikel over deze pleisterplaats voor wild in Ontdek Afrika Tanzania Special(04.4). Bestel de Tanzania Special.







