Home » Tijdschrift

Stad van goud

Viola van de Sandt

Johannesburg. De stad is slechts 124 jaren jong maar heeft desondanks al een zware en veelbewogen geschiedenis achter de rug. Een geschiedenis die vanaf haar begin weliswaar is bepaald door segregatie en apartheid, maar inmiddels van koers is gewijzigd en Johannesburg tot een zinderende, moderne en vooruitstrevende stad uit laat groeien.

De bewogen geschiedenis van Johannesburg begint in 1886. De rust die in het gebied in de voormalige Transvaal-provincie heerst wordt abrupt beëindigd wanneer de Australische prospector George Harrison in Witwatersrand een goudader ontdekt. In principe is er aan deze ontdekking niets bijzonders. In Zuid-Afrika wordt geregeld goud gevonden. Bijvoorbeeld in de plaatsjes Milkwood en Pilgrims Rest, waar al kort na het begin van de goudwinning de voorraad van het edelmetaal in de grond uitgeput blijkt te zijn. Was dit tevens het geval geweest in het rustige Witwatersrand, dan bestond de stad Johannesburg heden ten dage niet.

De realiteit ziet er echter totaal anders uit. Die goudader die Harrison ontdekt en tevens naar men vermoedt al snel daarna verkoopt voor het schamele bedrag van slechts tien pond, trekt onmiddelijk grote hoeveelheden goudzoekers aan. Van heinde en verre komen mensen naar Witwatersrand om mee te delen in de winst. De tenten die zij bij de ader opslaan vormen samen al snel een groot en druk tentenkamp vanwaar zij hun fortuin halen.

Omdat er inmiddels zoveel mensen in Witwatersrand op een kluitje bij elkaar leven ziet Pretoria, de stad slechts vijftig kilometer verderop gelegen en al gesticht in 1855, zich gedwongen een township op te richten. De Randjeslaagte, een redelijk nutteloos stuk land dat door de lokale boeren nog niet geclaimd is, wordt door de bestuurders als geschikt geacht. Hier mogen de goudzoekers zich vestigen. Vervolgens is het landmeter Johannes Rissik die de township zijn beroemde naam geeft. Met een officiële naam en status is Johannesburg klaar om door te groeien. En dat gebeurt dan ook. Na amper tien jaar telt Johannesburg in 1895 al honderdduizend inwoners. Velen van hen worden aangetrokken tot het goud. Dat raakt maar niet op, want de ader van Witwatersrand blijkt ‘s werelds rijkste in zijn soort te zijn en herbergt in totaal ongeveer veertig procent van de totale, tot nu toe gevonden goudvoorraad in de wereld.

Om zoveel goud succesvol te kunnen winnen moet er wel een einde komen aan de chaos die alle individuele goudzoekers samen hebben gecreëerd. Enkele mijnmagnaten richten in 1889 daarom samen een soort Kamer van Mijnen op. De leden van die Kamer komen gezamenlijk overeen tot een een aantal richtlijnen die zaken als werkomstandigheden, loon en werving van arbeiders enigszins algemeen maken.
Want alhoewel een klein gedeelte van de ongeschoolde mannelijke inwoners van Johannesburg werk vindt als dienstbode in de dan nog rijke buitenwijken van de stad, werken velen van hen in de mijnen. Zowel zwarte als blanke arbeiders verdienen in de mijnen hun geld, maar zij worden allerminst gelijk behandeld.

Lees het volledige artikel over de geschiedenis van Johannesburg in Ontdek Afrika Zuid-Afrika Special. Bestel de Zuid-Afrika Special.

terug

Klik voor grotere kaart