Gabbra Nomaden, Leven in de Chalbi woestijn
Joeri van der Kloet en Willem van Strien
Benno Neeleman is freelance fotograaf. Voor diverse hulporganisaties reist hij met zijn camera naar gebieden in nood. Het doel van zijn reizen is de westerse wereld te laten zien dat er enerzijds hulp moet worden geboden en anderzijds te verantwoorden wat er met het gedoneerde geld is gebeurd. In het najaar van 2005 wordt noord Kenia geteisterd door een enorme droogte. Als regen uitblijft, wordt het toch al schaarse drinkwater tot een absoluut minimum gereduceerd.
In de Chalbi woestijn, ten oosten van Lake Turkana, wordt de situatie nijpend. De kuddes van de Gabbra nomaden worden dagelijks kleiner door sterfte. Er worden maatregelen genomen door diverse hulp-organi-saties. Vrachtauto’s uitgerust met enorme tanks brengen water naar de bevolking. Toch sterft er een groot aantal mensen door de droogte.In dit artikel geven we een schets van de Gabbra nomaden die in de Chalbi woestijn leven. Daarnaast vertelt Benno over wat hij meegemaakt en gezien heeft temidden van deze mensen.
De Gabbra nomaden stammen af van de ooste-lijke Kushieten, een volk dat leefde in Nubië, het huidige Soedan (zie het artikel over Soedan p68). De Gabbra groep komt hoogstwaarschijnlijk uit het meest oostelijk gelegen deel van het Kush koninkrijk, in het westen van het huidige buurland Ethiopië. De Gabbra nomaden zijn naar het zuidelijker gelegen Kenia gevlucht toen de Ethiopische vorst Menelik aan het begin van de vorige eeuw zijn macht probeerde uit te breiden. In eerste instantie vestigden de nomaden zich ten zuiden van de Ethiopische grens, maar ook daar bleken ze niet veilig te zijn voor de aanvallen van Ethiopische soldaten. Ze verplaatsten zich vervolgens verder naar het zuiden, waar ze tussen andere stammen een plek zochten om te wonen. Deze andere stammen, de Turkana en Rendille, bleken slecht overweg te kunnen met de Gabbra en geweld was het gevolg. De Britten (in 1920 werd Kenia een o≤ciële Britse kolonie) zetten grenzen op, waarbinnen de Gabbra in rust konden leven. Het bleek voor een nomadenvolk echter onmogelijk om binnen deze arbitraire grenzen te blijven. De zeer beperkte hoeveelheid vegetatie in het gebied bood te weinig voedsel voor de kuddes en het risico van overbegrazing lag dan ook voort-durend op de loer. Onder het toeziend oog van de Britten werden (wanneer nodig) groepen nomaden buiten hun toegewezen leef-omgeving in andere gebieden gelaten, zoals de noordwestelijke hoek van het Marsabit district en het Mt. Kulal gebied.
Wil je verder lezen?
Dat kan door dit nummer te bestellen. Maak 7,00 euro per editie die je bestelt over op bankrekening 53.44.58.602 Vermeld duidelijk je naam en adres en het nummer van de gewenste uitgave, bijvoorbeeld 03.2 etc. De tijdschriften worden na ontvangst van de betaling automatisch naar je toe gestuurd, dit kan enkele weken duren.







