Amboseli, de balans weer in evenwicht?
Emile Naus
Onder de rook van de majestueuze Kilimanjaro, op een steenworp afstand van de grens met Tanzania, ligt het voormalige Keniaanse Nationaal Park Amboseli. Bekend als romantisch decor voor de avontuurlijke verhalen van Ernest Hemmingway over de jacht op groot wild en als ideale plek om olifanten te fotograferen met de hoogste berg van Afrika op de achtergrond, trekt het park jaarlijks talloze bezoekers. Niet voor iedereen is dit zorgvuldig instant gehouden natuurschoon echter een zegen. De locale bevolking profiteert welliswaar van het toerisme, zij het in beperkte mate, maar conficten tussen enerzijds het beschermde wild en anderzijds de Maasai en hun vee zijn sinds het ontstaan van het park in toenemende mate een probleem.
Teneinde de Maasai, die dagelijks geconfronteerd worden met het spanningsveld tussen natuurbescherming en overleven tegenmoet te komen, besloot de Keniaanse president Mwai Kibaki het park terug te geven aan de mensen. Het Nationaal Park werd zodoende een reservaat waarin het locale Maasai-bestuur het voor het zeggen had. Een unieke stap in de geschiedenis van natuurbescherming in Afrika, maar een experiment waarbij een positief resultaat allerminst gegarandeerd is.
‘Het land van reuzen’, zoals Amboseli ook wel genoemd wordt, is waarschijnlijk na Masai Mara het meest bezochte park in Kenia. Alhoewel het wild niet in zulke grote getale aanwezig is als in Masai Mara, maken de open vlaktes van het park en het spectaculaiere uitzicht veel goed. Het park is met 392 vierkante kilometer relatief klein, maar het maakt deel uit van het veel grotere Amboseli ecosysteem. Zo’n vijftig grotere zoogdiersoorten en pakweg vierhonderd vogelsoorten bewonen het landschap van Amboseli. Reden genoeg voor de Keniaanse overheid om het gebied in 1974 tot Nationaal Park te verklaren.
Goed nieuws dus voor de kwetsbare natuur in Amboseli, maar de locale Maasai zagen het met lede ogen aan. Vele eeuwen geleden arriveerden deze nomadische krijgers in Kenia, migrerend vanuit het noordelijk gelegen Sudan, en gedurende honderden jaren zwierven ze met hun kuddes runderen en geiten of de Oost-Afrikaanse vlaktes. Ze leerden in harmonie leven met de natuur en het aanwezige wild, maar naarmate Kenia zich meer en meer ontwikkelde werd de situatie complexer. Net als de wilde dieren was het vee van de Maasai a∑ankelijk van de schaarse hoeveelheid water aanwezig in het Keniaanse landschap. De komst van nationale parken zoals Amboseli beperkte de bewegingsvrijheid van de Maasai dan ook aanzienlijk. Ook was het wennen voor de Maasai dat wilde dieren, die ze vroeger met hun speren te lijf konden gaan als hun kuddes of zijzelf bedreigd werden, nu een beschermde status hadden. Hun bestaan werd er niet mak-kelijker op.
Wil je verder lezen?
Dat kan door dit nummer te bestellen. Maak 7,00 euro per editie die je bestelt over op bankrekening 53.44.58.602 Vermeld duidelijk je naam en adres en het nummer van de gewenste uitgave, bijvoorbeeld 03.2 etc. De tijdschriften worden na ontvangst van de betaling automatisch naar je toe gestuurd, dit kan enkele weken duren.







