Home » Tijdschrift

El-Ghriba, de Joodse gemeenschap op Djerb

Aafke Woudstra

Vlak voor de zuidoostkust van Tunesië ligt Djerba. Duizenden jaren geleden zetten de eerste joden voet aan wal en sindsdien drukt deze gemeenschap een stempel op dit eiland. Deze grootste joodse nederzetting van Afrika houdt de eeuwenoude tradities in ere en daarom wordt Djerba ook wel het Jeruzalem van Noord-Afrika genoemd. De geschiedenis van de Joodse nederzetting op Djerba brengt ons terug naar het oude Jeruzalem ten tijden van koning Salomo.

Volgens het Oude Testament was deze Joodse koning, de zoon van koning David, in de 9e eeuw voor Christus heerser van deze stad. In zijn vierde regeringsjaar, 480 jaar na de uittocht van de Israëlieten uit Egypte, bouwde hij een tempel zodat Jahweh, een van de Joodse namen voor God, in het midden van dit volk kon wonen. Het duurde zeven jaar voordat de bouw van de tempel gerealiseerd was. Dit is niet toevallig want zeven is een symbolisch getal in de Thora, het heilige boek van de Joden, en wordt daarin meer gebruikt dan welk getal ook. Zeven staat symbool voor de volheid en volgens de overleveringen wilde koning Salomo met de tempel realiseren dat de aanwezigheid van Jahweh ten volle in de tempel zou zijn.

Na de dood van Salomo kreeg het land vele andere koningen. De meesten hielden zich echter niet aan de leefregels van Jahweh. Het volk raakte verwijderd van hun god. Eén van die koningen was Zedekia. Op zijn eenentwintigste verving hij koning Jojakin, die door de supermacht Babylonië van zijn troon was gestoten.

Geen andere goden Eén van de geboden van Jahweh was dat het volk van Israël geen andere goden mocht dienen. Het volk, onder leiding van koning Zedekia, deed dit echter wel. Jahweh nam wraak en er brak een hongersnood uit. In 586 voor Christus kwamen de Babyloniërs opnieuw in opstand tegen het volk van Israël. Langer dan een jaar lag het Babylonische leger, onder leiding van koning Nebukadnessar om de muren van Jeruzalem te wachten tot de honger alle weerstand zou breken. Na maanden werd er op een nacht een bres in de verdediging geslagen. In die nacht sloegen Zedekia en zijn leger op de vlucht. Verzwakt als ze waren werden ze ingehaald door de vijand en berecht. De zonen van de koning werden voor zijn ogen vermoord, waarna zijn ogen werden uitgestoken. Koning Zedekia zou sterven in een cel in Babylon. Veel Israëlieten werden die nacht vermoord, families werden uiteengerukt en er werden zelfs priesters vermoord op de heiligen plaatsen in de tempel en vervolgens werd de tempel verwoest. De plek waar Jahweh woonde was er niet meer en het volk van Israël werd als balling gedeporteerd naar Babylon. Jeruzalem lag in puin, huizen waren gesloopt of verbrand en de stilte in de stad was voelbaar aanwezig. Slechts een enkel groepje van de allerarmste Joden mocht blijven in Jeruzalem en zij gingen werken in de wijngaarden of op de akkers.

Het verhaal gaat dat enkele van de achtergebleven Joden de kans kreeg om te vluchten. Tijdens deze vlucht namen ze een vrijwel nog intacte deur van de verwoeste tempel mee en ze trokken richting het noorden van Afrika. Weken later kwamen ze terecht op een klein eiland aan de zuidoostkust van Tunesië.


Wil je verder lezen?

Dat kan door dit nummer te bestellen. Maak 7,00 euro per editie die je besteld over op bankrekening 53.44.58.602 Vermeld duidelijk uw naam en adres en het nummer van de gewenste uitgave, bijvoorbeeld 03.2 etc. De tijdschriften worden na ontvangst van de betaling automatisch naar u toe gestuurd, dit kan enkele weken duren.

terug

Klik voor grotere kaart