De geboorte van een lodge, Toerisme in wording in Zambia
Renate Poper
Boven de vlakte langs de rivier kleurt de ondergaande zon de hemel dieprood, uitwaaierend in oranjeroze flarden die verdwijnen in de duistere contouren van de bush. Een tiental meters verderop sjokt een olifant voorbij. Het is een bachelor, een jong mannetje, even later gevolgd door de rest van zijn groep. Ik zit in mijn linnen stoel voor de centrale lodge en luister naar de geluiden van de bush. G’waaaay! roept de Grey Loerie. Het klinkt als: Go away! Geen zorgen, beloof ik, terwijl ik dieper wegkruip in mijn stoel. Ik zal jouw domein respecteren…
Die ochtend rijden we al vroeg weg uit Lusaka, richting Zimbabwe, op weg naar Ana Tree Lodge in Mushika, in het Lower Zambezi National Park. De lodge is pas geopend en ik ben uitgenodigd door de eigenaresse, Wardasha, met wie ik al negenendertig jaar correspondeer. Zij komt uit Mauritius. In 1971 kreeg ze een baan bij de Zambiaanse regering, waar ze haar man Yousuf ontmoette. Zijn ouders waren in de jaren ’40 vanuit India naar Zambia geëmigreerd. Yousuf studeerde bedrijfskunde in Wales waarna hij een plasticfabriek begon in Lusaka. Maar de bush trok en als echte natuurlieebbers besloten ze na rijp beraad een lodge te beginnen. De Landrover zit propvol voorraden: flesjes water, ko≤e, brood, rijst en allerlei non-food artikelen, tot en met een Japanse tuinhark toe. Dagen tevoren zijn we al begonnen met inkopen doen. In Lusaka vind je nu eenmaal niet alles onder één dak en sommige dingen vind je zelfs helemaal niet.
‘Je moet eerst prijzen vergelijken en dan kopen’, zegt Wardasha. ‘Veel keus heb je niet. Cement en palen bijvoorbeeld hebben ze niet altijd op voorraad. Daar moet je vaak weken op wachten. Als ondertussen de benzineprijs stijgt, stijgen de prijzen van de artikelen ook.’ Het eerste deel van de route leidt over geasfalteerde wegen en verloopt voorspoedig. We steken de Kafuerivier over en draaien bij de grens bij Chirundu een onverharde weg op met diepe kuilen die onze hoofden regelmatig met een klap in aanraking doen komen met het dak. Grote stofwolken waaien op.
‘Als er plassen liggen, komen de trucks met hun zware lading regelmatig vast te zitten in de stugge klei. Dan kappen we takken van de bomen die we op de klei leggen. Maar zonder elektrische lier kom je vaak niet los. Dan moet er een speciale truck komen. De kabel haken we vast aan de voorkant van onze truck om hem uit de modder te trekken,’ legt Yousuf uit.
De weg voert langs verspreide dorpen met lemen hutten. Verderop steken we met de pont de Chongwerivier over die de westgrens van het Lower Zambezi National Park markeert. ‘Verderop in de rivier zaten onze trucks ook regelmatig vast. Dan moesten de arbeiders blijven overnachten. De volgende dag moesten ze de truck helemaal uitladen en hem de rivier uitduwen. Dat is heel lastig en soms lukte het niet. ’s Avonds namen we per radio altijd contact op met de lodge om te controleren of de truck was aangekomen. Als dit niet zo was, reed Granville Potgieter, de supervisor van de lodge, de truck tegemoet om de mensen te helpen’, vertelt Yousuf.
Wil je verder lezen?
Dat kan door dit nummer te bestellen. Maak 7,00 euro per editie die je bestelt over op bankrekening 53.44.58.602 Vermeld duidelijk je naam en adres en het nummer van de gewenste uitgave, bijvoorbeeld 03.2 etc. De tijdschriften worden na ontvangst van de betaling automatisch naar je toe gestuurd, dit kan enkele weken duren.







