Dat is een land byna...zo schoon als Holland, Met dominee François Valentijn naar de Kaap
Alexander Reeuwijk
“Zoo als men van buiten na dit land komt, zit men allereerst den Tafelberg, die de allerhoogste, en waaraan de Leeuwenberg, die men in ’t eerst dan nog niet zien kan, met een kleine klove vast is, maar onder den welke hy dan nog als gedoken en in een gedrongen legt; maar als men nader gekomen is, begint men ook den Duivels- of den Windberg in ’t Z.O. ter linker, en ook den Leeuwenberg in ’t Z.W. ter rechterhand, zeer klaar en onderscheiden te zien.” Zo zag de jonge dominee François Valentijn tussen 1685 en 1714 vier keer de Tafelbaai liggen.
De reis van Nederland naar Batavia, waar Valentijn als dominee het geloof zou verkondigen, was een zware reis, die halverwege onderbroken moest worden. En zelfs de vijf maanden durende tocht van Nederland naar de Kaap eiste zijn tol: bemanning kroop over het dek van pijn in de buik en bij de kapitein zaten alle tanden los. Valentijn had de diagnose snel rond: de bemanning leed aan scheurbuik.
Gelukkig doemde de Tafelberg op en cirkelden de Kaapze Duifkens boven de boot: verversingspost Kaapstad was in zicht. Hier kon de bemanning aansterken, konden de schepen gerepareerd en de voorraad ververst worden. Voor François Valentijn, die als dominee geen zware arbeid hoefde te leveren en het beste eten en drinken aan boord kreeg, was een bezoek aan de ‘Kaapse vlek’ niet meer dan een pauze in een lange reis. Hij gebruikte het verblijf om oude vrienden te bezoeken en uit-stapjes naar omliggende gebieden te maken. Zo zou gesteld kunnen worden dat Valentijn een van de eerste toeristen is geweest, die Kaapstad heeft aangedaan. Extra bijzonder is het feit dat Valentijn tijdens al zijn reizen een nauwgezet dagboek bijhield, waardoor wij als lezers een onvervalst kijkje krijgen in een stad in oprichting. Tegenwoordig is de stad aan de voet van de Tafelberg de modernste en populairste stad in Afrika, die zich moeiteloos kan meten met de hipste steden ter wereld. In dit verhaal wordt aan de hand van het verslag van Valentijn, die wordt bestempeld als chroniqueur van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (voc), nagegaan wat er nu nog is terug te vinden van het Kaapstad van weleer.
Het ontstaan van de stad Niet lang voordat Valentijn voor de eerste keer voet aan Kaapse wal zette was het gebied niet meer dan en een conglomeraat van een fort, enkele boerderijen en moestuinen. Jan van Riebeeck, chirurgijn in dienst van de voc, werd slechts 33 jaar voor Valentijn’s eerste bezoek aan de Kaap, in 1652, naar het zuidelijkste puntje van Afrika gestuurd met als doel het stichten van een stad: Kaapstad. Door de beschut-te ligging en vruchtbare grond bleek deze regio de ideale locatie voor een nieuwe stad. Joris van Spilbergen schreef over zijn bezoek aan de baai, ruim voor Kaapstad zou worden gesticht:
Aengaende het lant vande Caep de bon Esperance [Kaap de Goede Hoop, ar], is een seer gesont ende ghetempert lant, seer bequaem ende nut om gecultueert ende bewoont te worden, ende om alderhande vruchten te winnen(...)
Mede door dit soort reisverslagen, die intensief bestudeerd werden omdat ze de enige informatiebronnen in die tijd waren, zou er besloten kunnen zijn een Kaapse nederzetting te stichten. Van Riebeeck ging in ieder geval voortvarend te werk: hij liet er een houten verdedigingsfort bouwen, evenals moestuinen en woningen. Omdat de inheemse bevolking, Khoisan en San, niet geschikt werden geacht, haalde Van Riebeeck slaven uit Nederlands-Indië en Madagaskar om te werken in de bouw. Van Riebeeck zou tien jaar lang de scepter zwaaien over de Kaap, om vervolgens zijn laatste jaren in Batavia te slijten, waar hij in 1677 stierf.
Wil je verder lezen?
Dat kan door dit nummer te bestellen. Maak 7,00 euro per editie die je bestelt over op bankrekening 53.44.58.602 Vermeld duidelijk je naam en adres en het nummer van de gewenste uitgave, bijvoorbeeld 03.2 etc. De tijdschriften worden na ontvangst van de betaling automatisch naar je toe gestuurd, dit kan enkele weken duren.







