Home » Tijdschrift

Nederland en Zuid-Afrika: verborge- een, over hollandse boerenliefde

Bart de Graaff

Het handjevol kolonisten dat in april 1652 onder leiding van Jan van Riebeeck voet aan wal zette bij Kaap de Goede Hoop, staat in geen verhouding tot de 125000 Nederlanders die anno 2007 Zuid-Afrika bezoeken. Deze toename is echter allesbehalve geleidelijk verlopen. In de loop van meer dan drieëneenhalve eeuw kende de relatie tussen beide landen nogal wat pieken en dalen. Historicus Bart de Graaf schetst aan de hand van vier periodes in de Zuid-Afrikaanse geschiedenis de Nederlandse betrokkenheid bij het land van Jan van Riebeeck, Paul Kruger en Nelson Mandela.

Hebben vandage d’eerste blomcool uyt onsen thuyn gesneden, soo schoon ende delicaat vallende als in ’t vaderland. Jan van Riebeeck, die in opdracht van de Verenigde Oostindische Compagnie (voc) in 1652 een verversingspost aan Kaap de Goede Hoop vestigde, was behalve chirurgijn en koopman ook een enthousiast tuinier. In zijn Daghregister hield hij nauwgezet de vorderingen bij die gemaakt werden in de groente- en vruchtentuinen die onder zijn leiding waren aangelegd. Toen hij de eerste twee lemoenen van een boomtjen in Compagnie’s thuynen plukte, noteerde hij enthousiast dat die fray gecouleurt ende al moy groot waren. Ook aan de gevaren voor en ongemakken van tuiniers aan de zuidpunt van Afrika liepen schonk Van Riebeeck overigens de nodige aandacht. Zo raadde hij bijvoorbeeld aan schorpioensteken te behandelen door smeer uijt ’t oor daarop aanstonds 3 a 4 maal te vrijwen. En wie last had van kortademigheid kon het best een halve leepelvol fijngestampte lever van een otter innemen.

Kolonisten versus /Xam De voc-schepelingen die zich in april 1652 aan de Kaap vestigden kwamen terecht in een land dat feitelijk terra incognita was. Een land dat bewoond werd door veehoudende Khoikhoi en door van de jacht levende /Xam. Van Riebeeck en zijn mannen noemden hen Hottentotten en Bosjesmannen, en omschreven hen als een diefachtige natie en als wilde brutale menschen. Hoewel de leiding van de voc expliciet opdracht had gegeven in vrede te leven met de inheemse bevolking, raakte de minder dan honderd zielen tellende blanke kolonie al snel verwikkeld in allerlei gewapende schermutselingen over veediefstallen. Van Riebeeck zag zich dan ook gedwongen om schapen naar het voor veedieven onbereikbare Robbeneiland over te brengen, kleine forten met namen als Keert de Koe en Houdt de Bul te bouwen en hagen van wilde amandelbomen rondom weidegronden aan te planten.

 


Wil je verder lezen?
Dat kan door dit nummer te bestellen. Maak 7,00 euro per editie die je bestelt over op bankrekening 53.44.58.602 Vermeld duidelijk je naam en adres en het nummer van de gewenste uitgave, bijvoorbeeld 03.2 etc. De tijdschriften worden na ontvangst van de betaling automatisch naar je toe gestuurd, dit kan enkele weken duren.

terug

Klik voor grotere kaart