De Afrikaanse Pinguïn
Als je aan pinguïns denkt, denk je waarschijnlijk niet direct aan Afrika. De Afrikaanse pinguïn (Sphenniscus demersus) is in kolonies te vinden in Namibië en Zuid-Afrika. Ze leven al honderden jaren op de vele eilanden voor de kust van beide landen. De grootste kolonie leeft op Dyer eiland.
Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw verblijven ze ook op het vaste land, onder andere in de baaien van Boulders Beach vlakbij Simon’s Town in Zuid-Afrika. Hier is het mogelijk om een kolonie van ongeveer vierduizend pinguïns van heel dichtbij te observeren en zelfs met ze te zwemmen.
De volwassen pinguïns worden ongeveer 70 centimeter groot, hebben een zwarte rug en een wit-zwarte buik met een uniek vlekkenpatroon, waardoor ze in het water goed gecomoufleerd zijn. Opvallend is de roze vlek boven de ogen. Hier komen vele bloedvaatjes bijeen tot net onder de huid. Bloed wordt hier gekoeld door de buitenlucht, waardoor de Afrikaanse pinguïn, die overigens gek is op warm weer, zijn lichaamstemperatuur kan controleren.
Ezelspinguïn Zodra je de habitat van deze pinguïns nadert, lijkt het alsof je het geluid van balkende ezels hoort Het is het geluid dat de mannetjes produceren als ze vrouwtjes het hof maken. Dat heeft ze de bijnaam ‘jackass pinguïn’ (ezelspinguïn).
De monogame pinguïns blijven partners voor het leven. Na de paring legt het vrouwtje meestal twee eieren, die ze om en om uitbroeden. De pinguïns hebben een levensverwachting van tien tot twaalf jaar, als ze tenminste de aanvallen van roofdieren overleven. In het water zijn dat haaien en zeehonden en op het land vormen honden, katten en kleine roofdieren een grote bedreiging. Toch zijn de meeuwen vijand nummer één. Dze vogels zijn uit op de eieren ven de jonge pinguïns. Door de vele vijanden is de pinguïn aangemerkt als ‘kwetsbaar’ en geniet hij een beschermde status.



